Een maattabel maken voor je kledinglijn betekent dat je per maat vastlegt hoe groot elk kledingstuk moet zijn, gemeten op vaste punten. Je begint bij de lichaamsmaten van je doelgroep, telt daar de ruimte bij op die je ontwerp nodig heeft, kiest je maatsprongen en legt een tolerantie vast. Zonder die tabel weet je producent niet wat maat M bij jou betekent. En je klant ook niet. Ik heb drieëntwintig jaar mijn eigen kledingmerk gehad met productie in ons eigen atelier, en ik kan je vertellen: bijna elke pasvormklacht komt terug op een maattabel die te laat, te vaag of helemaal niet is gemaakt.

Wat is een maattabel precies, en wat is het niet?

Hier gaat het al vaak mis. Er bestaan twee soorten tabellen en beginners gooien ze door elkaar.

De eerste is de lichaamsmatentabel. Die beschrijft het lichaam van je klant: borstomvang, taille, heup, binnenbeenlengte. Dit is de tabel die je op je webshop zet, zodat iemand zichzelf kan opmeten en de juiste maat bestelt.

De tweede is de kledingmatentabel, in het vak ook wel de meetlijst of points of measure genoemd. Die beschrijft het kledingstuk zelf, plat op tafel gemeten: hoe breed is het bij de oksel, hoe lang is de mouw, hoe hoog is de boord. Dit is de tabel die naar je producent gaat.

Je hebt ze allebei nodig. En ze zijn niet hetzelfde, want tussen het lichaam en het kledingstuk zit ruimte. Bij een oversized sweater is dat veel ruimte, bij een strak topje van elastische stof is het negatieve ruimte: het kledingstuk is smaller dan het lichaam en rekt op. Als je die twee tabellen door elkaar haalt, krijg je een sample terug die drie maten te groot lijkt.

Waarom bepaalt je maattabel je retouren?

Omdat de klant niets weet over jouw merk. Ze weet alleen wat maat M ergens anders betekende. Als jouw M een halve maat kleiner valt en je zegt het nergens, bestelt ze verkeerd, stuurt ze terug, en betaal jij de rekening. Twee keer verzendkosten, een handling, en een kledingstuk dat je opnieuw moet controleren.

Een consequente maattabel doet dus twee dingen tegelijk. Intern zorgt hij dat je producent elke keer hetzelfde bouwt. Extern zorgt hij dat je klant weet waar ze aan toe is. Wil je hier dieper op in, lees dan ook mijn blog over hoe je retouren in je webshop voorkomt.

Een maattabel maken voor je kledinglijn: zo doe je dat in zes stappen

Stap 1: bepaal voor wie je maakt. Een maattabel voor tienermeisjes ziet er anders uit dan een tabel voor vrouwen van vijftig. Verhoudingen verschillen, niet alleen omvang. Weet je nog niet scherp wie je klant is, begin dan eerst bij het bepalen van je doelgroep, want zonder dat blijft je tabel giswerk.

Stap 2: kies je meetpunten. Per model leg je vast welke punten je meet en hoe. Bij een T-shirt zijn dat er al snel acht tot twaalf: halfborst, halftaille, halfheup, schouderbreedte, mouwlengte, mouwopening, halslijn, totale lengte vanaf het hoogste schouderpunt. Schrijf erbij hoe je meet. “Taille” zegt niets. “Halftaille, plat gemeten, 40 cm onder het hoogste schouderpunt” zegt alles.

Stap 3: bepaal je ruimte. Neem de lichaamsmaat en tel op wat je ontwerp nodig heeft. Een klassiek overhemd krijgt zo’n tien tot twintig centimeter extra op de borst. Een fitted jurk misschien vier. Een sportlegging van elastische stof gaat er juist onder zitten. Dit is de stap waar je ontwerp een pasvorm wordt, en waar je merk zijn eigen handtekening krijgt.

Stap 4: kies je maatsprongen. Dit heet graderen. In de Europese damesconfectie is een sprong van vier centimeter op borst, taille en heup tussen twee opeenvolgende maten gangbaar. Lengtematen springen kleiner, vaak een halve tot anderhalve centimeter. Kies je een S, M, L, XL indeling, dan pak je meestal een grotere sprong dan bij een genummerde maatreeks. Belangrijk: gebruik dezelfde logica in je hele collectie, anders past je top wel en je broek niet.

Stap 5: leg je tolerantie vast. Geen enkel kledingstuk komt op de millimeter uit de productie. Dus spreek af hoeveel afwijking je accepteert. In de praktijk zie je een halve centimeter op kleine maten zoals een boord of een mouwopening, en een centimeter op grote maten zoals borst of heup. Zonder tolerantie kun je een levering niet afkeuren, want dan is alles fout of niets.

Stap 6: zet hem in je tech pack. Je maattabel hoort niet in een los bestandje op je bureaublad. Hij hoort in het technische document dat naar je producent gaat, samen met je tekening en je materiaallijst. Lees daarvoor mijn blog over de tech pack als blauwdruk voor je kledingcollectie.

Moet je je aan een officiële maatnorm houden?

Nee. Er bestaat wel een Europese norm voor maataanduiding, de NEN-EN 13402 reeks, die beschrijft hoe je maten op basis van lichaamsmaten aanduidt en op het label zet. Die norm is vrijwillig. Je bent niet verplicht hem te volgen.

Toch is het slim om er kennis van te nemen, vooral als je naar het buitenland wilt verkopen. Een Nederlandse 38 is geen Amerikaanse 38, en je klant in Duitsland rekent weer anders. Zet je lichaamsmaten in centimeters op je productpagina en je bent voor iedereen duidelijk, ongeacht welk label er in het kledingstuk zit.

Welke fouten zie ik het vaakst?

Een tabel kopiëren van een ander merk. Verleidelijk, maar je neemt dan de pasvormkeuzes van iemand anders over, terwijl je geen idee hebt welke stof en welke ruimte daarachter zaten. Bovendien maak je zo geen eigen merk.

Pas een tabel maken nadat het sample er is. Dan meet je achteraf op wat er toevallig uit kwam. Dat is geen ontwerp, dat is een ongeluk vastleggen. Maak je tabel vooraf en toets je sample ertegen.

Vergeten dat stof meebeweegt. Dezelfde tabel op een stevige geweven katoen en op een rekbare tricot geeft twee totaal verschillende kledingstukken. Je maattabel en je stoffenkeuze horen bij elkaar.

Alleen op één pasmodel vertrouwen. Eén persoon is geen doelgroep. Laat je sample door meerdere mensen in dezelfde maat passen, en luister vooral naar waar het knelt of zakt.

En nu?

Begin klein. Pak één model uit je collectie, meet het op, schrijf je meetpunten uit en bouw je tabel op in een simpele spreadsheet. Als dat eenmaal staat, gaat elk volgend model tien keer sneller.

Wil je stap voor stap leren hoe je van een idee naar een collectie komt die klopt, van maattabel tot producent, dan neem ik je daar in mijn online cursus Start je eigen kledinglijn compleet doorheen. Geen theorie uit een boek, maar de werkwijze uit mijn eigen atelier.

Veelgestelde vragen over een maattabel maken

Wat is het verschil tussen een lichaamsmatentabel en een kledingmatentabel?

Een lichaamsmatentabel beschrijft het lichaam van je klant en zet je op je webshop. Een kledingmatentabel beschrijft het kledingstuk plat gemeten en gaat naar je producent. Tussen die twee zit de ruimte die je ontwerp nodig heeft.

Hoeveel maten neem je op in je eerste collectie?

Vier maten is voor een start vaak genoeg, bijvoorbeeld S tot en met XL. Elke extra maat kost je een gradatie, extra stof en meestal een hogere minimumafname bij je producent. Je kunt later altijd uitbreiden als je verkoopcijfers laten zien waar de vraag zit.

Mag ik de maattabel van een ander merk overnemen?

Doe dat liever niet. Je neemt dan pasvormkeuzes over die horen bij een andere stof, een andere doelgroep en een ander ontwerp. Gebruik andermans tabel hooguit als referentie om te zien hoe de markt zich verhoudt, en bouw je eigen tabel vanaf de lichaamsmaten van jouw klant.

Moet mijn maattabel voldoen aan een Europese norm?

Nee. De Europese norm NEN-EN 13402 beschrijft hoe je maten op basis van lichaamsmaten aanduidt, maar het toepassen ervan is vrijwillig. Wel is het slim om je lichaamsmaten in centimeters op je productpagina te zetten, zeker als je ook buiten Nederland verkoopt.