Kleur vastleggen voor je kledinglijn doe je in drie stappen: je kiest een kleurnummer uit een fysieke waaier, je laat je leverancier een lab dip verven op jouw eigen stof, en je keurt dat verfstaaltje goed of af onder gecontroleerd licht. Pas als dat goedgekeurde staaltje bij jou en bij je producent ligt, heb je een afspraak. Een kleurcode in een mail is geen afspraak, dat is een wens.

Ik heb 23 jaar mijn eigen sportkledingmerk gehad, met productie in ons eigen atelier. Kleur is het onderwerp waar ik de meeste discussies over heb gevoerd. Niet omdat leveranciers slecht werk leveren, maar omdat bijna niemand aan het begin van een kledinglijn weet hoe kleur in de textiel eigenlijk werkt.

Waarom de kleur op je scherm niets waard is

Je ontwerpt een top in een diep petrol. Op je scherm ziet het er precies goed uit. Je stuurt de afbeelding naar je leverancier, hij knikt, en drie weken later ligt er een sample dat meer richting blauwgroen gaat.

Dat komt niet doordat er iets misging. Dat komt doordat er nooit iets is afgesproken. Jouw scherm zendt licht uit, stof kaatst licht terug. Twee compleet andere manieren waarop kleur bij je oog aankomt. Daar komt bij dat elk scherm anders is afgesteld, en dat een JPEG onderweg door drie mailprogramma’s is gegaan.

Daarom werkt de kledingindustrie met fysieke referenties. Iets wat je kunt vasthouden, naast elkaar kunt leggen en kunt opsturen.

Wat doe je met een Pantone-nummer?

Een Pantone-nummer uit de textielwaaier is je startpunt. Het is een afgesproken taal: als jij 19-4517 TCX noemt, weet een verver aan de andere kant van de wereld welke kleur je bedoelt, zonder dat je iets hoeft op te sturen.

Let op dat je de textielversie gebruikt, niet de drukwaaier. De codes met TCX en TPG zijn voor stof en garen, de C- en U-nummers zijn voor drukwerk op papier. Dat verschil wordt vaak over het hoofd gezien en levert meteen een verkeerd vertrekpunt op. Over hoe die waaiers werken en welke je nodig hebt, schreef ik eerder een uitgebreid stuk over de kleurenwaaiers van Pantone voor je kledinglijn.

Maar een Pantone-nummer is een richting, geen eindpunt. Want dezelfde kleurstof geeft op polyester een ander resultaat dan op katoen, en op een geborsteld oppervlak weer een ander resultaat dan op een glad oppervlak. Daarom komt de lab dip.

Wat is een lab dip?

Een lab dip is een klein staaltje van jouw stof, geverfd in de kleur die jij hebt opgegeven. Je leverancier maakt er meestal een paar, met minieme verschillen, en stuurt ze naar je op. Jij kiest er één, of je stuurt ze allemaal terug met de opmerking dat het dieper of doffer moet.

Dat klinkt als een omweg. Het is de goedkoopste verzekering in je hele productie. Een lab dip kost je wat tijd en soms een klein bedrag. Een hele serie in de verkeerde kleur kost je je marge, je levermoment en soms je klant.

Vraag altijd om de lab dip op jouw eigen kwaliteit, niet op een standaardlapje van de ververij. Anders keur je een kleur goed op een stof die je nooit gaat gebruiken.

Hoe beoordeel je een lab dip?

Hier gaan starters bijna altijd de mist in, omdat ze het staaltje bij het keukenraam beoordelen en er dan een mening over hebben.

Doe het zo:

  • Leg de lab dip direct naast je Pantone-referentie, elkaar rakend, zonder witte ruimte ertussen.
  • Beoordeel bij daglicht, of nog beter onder een lichtkast met gestandaardiseerd daglicht.
  • Bekijk hem daarna ook onder je gewone binnenverlichting.
  • Draai het staaltje een kwartslag. Bij stoffen met een structuur of een vleug ziet de kleur er in de andere richting anders uit.

Die tweede lichtbron is belangrijker dan hij lijkt. Twee kleuren kunnen bij daglicht identiek zijn en onder kunstlicht uit elkaar lopen. Dat verschijnsel heet metamerie, en het is de reden dat een klant in een paskamer soms iets anders ziet dan jij in je atelier. Je kunt het niet altijd oplossen, maar je kunt het wel zien aankomen als je onder twee soorten licht kijkt.

Waarom dezelfde kleur op twee stoffen niet gelijk wordt

Stel je maakt een setje: een top van tricot en een broek van een dikkere, geborstelde kwaliteit. Zelfde Pantone, zelfde verver, zelfde batch kleurstof. En toch zie je verschil.

Dat komt door de vezel en door het oppervlak. Polyester neemt een andere kleurstof op dan katoen, en een ruw oppervlak strooit licht alle kanten op waardoor het doffer oogt. Een glad oppervlak kaatst gerichter terug en oogt daardoor dieper.

Wil je dat twee kwaliteiten naast elkaar kloppen, zeg dat dan expliciet tegen je leverancier. Vraag om lab dips van beide stoffen tegelijk en beoordeel ze als paar. Doe je dat niet, dan keur je twee losse kleuren goed die apart prima zijn en samen niet werken. In mijn gids over stoffenkennis voor beginners lees je meer over hoe vezel en constructie het gedrag van je stof bepalen.

Wat is een kleurbatch en waarom moet je die noteren?

Stof wordt per partij geverfd. Zo’n partij heet een batch of een dye lot, en elke batch heeft een eigen nummer. Twee batches van dezelfde kleur zijn zelden exact gelijk. Meestal is het verschil zo klein dat niemand het ziet, tot je een broek uit batch A naast een top uit batch B legt.

Drie dingen die je hiermee doet:

  • Koop in één keer genoeg stof in voor je hele serie, inclusief de nabestelling waar je op hoopt.
  • Noteer het batchnummer bij elke levering en bewaar een staal met datum.
  • Snijd delen die naast elkaar zitten altijd uit dezelfde batch. Twee mouwen uit twee partijen is vragen om een retour.

Dit hangt direct samen met de minimale afname van je leverancier. Hoeveel je per kleur moet afnemen bepaalt hoeveel kleuren je je kunt veroorloven, en dat is een gesprek dat je vooraf voert. Ik heb dat uitgewerkt in het stuk over de minimale afname bij een kledingfabrikant.

Wat leg je vast in je tech pack?

Alles wat hierboven staat, hoort op papier. In je tech pack zet je per artikel en per kleurstelling:

  • de kleurnaam die jij gebruikt en het Pantone-nummer met de juiste extensie;
  • op welke kwaliteit die kleur geldt;
  • de datum waarop je de lab dip hebt goedgekeurd en wie hem heeft goedgekeurd;
  • de kleur van bijzaken die mee moeten kleuren, zoals garen, ritsen, elastiek en bies.

Dat laatste punt wordt structureel vergeten. Je verft je stof perfect en krijgt er dan een rits in die net niet meekleurt. Bekijk daarvoor ook mijn artikel over fournituren voor je kledinglijn, en leg de opbouw van je tech pack vast zoals beschreven in de tech pack als blauwdruk voor je collectie.

Kleurechtheid: houdt je kleur het ook vol?

Een goedgekeurde kleur zegt hoe je stof er nu uitziet. Het zegt niets over hoe hij er over twintig wasbeurten uitziet, of na een zomer in de zon.

Daar bestaan testen voor, op wasechtheid, lichtechtheid en wrijfechtheid. Je leverancier kan die rapporten meestal aanleveren. Vraag ernaar bij donkere kleuren en bij felle kleuren, want daar zit het risico. Een diepzwarte legging die afgeeft op een lichte bank is een klacht die je merk direct raakt. Wil je ook zekerheid over de kleurstoffen zelf, vraag dan naar certificering zoals OEKO-TEX STANDARD 100, waarbij het textiel is getest op schadelijke stoffen.

De volgorde die werkt

Kort samengevat pak je het zo aan: kies je kleur uit een fysieke textielwaaier, vraag lab dips op jouw eigen kwaliteit, beoordeel ze naast je referentie onder twee soorten licht, keur er één goed met een datum erbij, en bewaar dat staal. Noteer daarna bij elke levering het batchnummer.

Het klinkt als extra werk. Het is precies het werk dat een merk onderscheidt van een bestelling.

In mijn online cursus Start je eigen kledinglijn loop ik dit hele traject met je door, van je eerste kleurkaart tot de afspraken die je met je producent maakt. Je leert precies wat je vraagt, wanneer je iets goedkeurt en waar je op moet staan. Wil je eerst zien of dit bij je past, begin dan met de gratis masterclass.

Veelgestelde vragen over kleur vastleggen

Heb ik een Pantone-waaier nodig om te starten?

Voor je allereerste oriëntatie niet. Zodra je met een leverancier gaat praten wel, want je hebt een fysieke referentie nodig die jullie allebei kunnen vasthouden. Een waaier is een investering die je jaren meegaat, mits je hem uit het licht bewaart. Kleurenwaaiers verbleken, dus leg hem niet op je vensterbank.

Wat is het verschil tussen een lab dip en een strike-off?

Een lab dip is een proefverving van een effen kleur op jouw stof. Een strike-off is een proefdruk van een dessin of print op jouw stof. Bij een print beoordeel je dus niet alleen de kleuren, maar ook de schaal van het dessin, de rapportmaat en hoe de druk aanvoelt.

Hoeveel rondes lab dips zijn normaal?

Dat verschilt per leverancier en per kleur. Moeilijke kleuren zoals een egaal zwart, een felrood of een precies afgestemd nude vragen vaak meer rondes dan een gemiddelde middenkleur. Spreek vooraf af wat de doorlooptijd per ronde is, want dat bepaalt of je levermoment haalbaar blijft.

Kan ik kleur goedkeuren op basis van een foto van mijn leverancier?

Nee. Een foto gaat door een camera, een scherm en een compressie voordat hij bij je oog aankomt. Je kunt er hooguit uit afleiden dat iets duidelijk mis is. Goedkeuren doe je alleen met het staaltje in je hand.