De minimale afname bij een kledingfabrikant, ook wel MOQ genoemd, is het kleinste aantal stuks dat een fabriek voor je wil maken. Meestal geldt dat per model, per kleur en per maatreeks, niet voor je hele order bij elkaar. Wat starters vaak niet weten: die drempel komt zelden van de fabriek zelf. Hij komt van de stof.

Dit is het punt waar veel mooie plannen vastlopen. Je hebt je ontwerp, je hebt je tech pack, je stuurt vol goede moed een mail naar een fabriek. En dan komt het antwoord: minimaal 500 stuks per kleur. Je rekent het om naar geld en je hart zakt in je schoenen. Ik heb die mail talloze keren zien binnenkomen bij mensen die ik begeleid, en ik ken het gevoel zelf ook nog van vroeger. Het goede nieuws is dat een MOQ geen natuurwet is. Het is een rekensom, en zodra je snapt waar die som vandaan komt, kun je eraan draaien.

Wat is een MOQ precies?

MOQ staat voor minimum order quantity. Vertaald: de minimale afname. Het is het aantal stuks waaronder een producent niet wil of niet kan werken.

Let goed op hoe die eis is geformuleerd, want daar zit het venijn. Vier varianten kom je het meest tegen:

  • Per model. Bijvoorbeeld 300 stuks van jouw legging, in welke kleur dan ook.
  • Per model per kleur. Bijvoorbeeld 300 zwarte en 300 blauwe. Ineens is je order verdubbeld.
  • Per stof of per kleurbad. De fabriek maakt wat jij wil, maar de ververij begint pas bij een bepaald aantal meters.
  • Per order in geld. Sommige fabrieken hanteren geen aantal maar een minimumbedrag.

Vraag dus nooit alleen “wat is jullie MOQ?”. Vraag: geldt dat per stijl, per kleur, of per maatreeks? Dat ene vervolgvraagje scheelt je soms de helft van je investering.

Waarom heeft een kledingfabrikant een minimale afname?

Niet om je te pesten. Om een simpele reden: het instellen kost meer tijd dan het naaien.

Voordat er ook maar één stuk van de band rolt, moet er van alles gebeuren. Het patroon wordt ingelezen en gelegd. De snijtafel wordt ingericht. De machines worden omgesteld, met de juiste naald, het juiste garen, de juiste steeksoort voor jouw stof. Er wordt een proefstuk gemaakt en gecontroleerd. Bij een rekbare sportstof komt daar nog afstellen van de coverlock bij.

Die voorbereiding kost evenveel uren voor 30 stuks als voor 3000. Bij 3000 stuks valt dat in het niet. Bij 30 stuks kost het de fabriek geld. In ons eigen atelier merkte ik dat elke dag: het omstellen van de machines was het echte werk, het naaien zelf ging daarna vanzelf.

Waarom de stof meestal de echte drempel is

Hier zit het antwoord dat je op de meeste websites niet vindt, en het is de kern van dit hele onderwerp.

Een stof wordt geweven of gebreid op een machine die je niet even voor twintig meter aanzet. En daarna wordt hij geverfd in een bad, per partij. Zo’n kleurbad heeft een minimum aantal meters nodig, anders klopt het recept niet en krijg je een afwijkende kleur. Wil je jouw eigen kleur, dan begin je dus bij de minimumafname van de ververij, en die ligt vaak een stuk hoger dan het aantal stuks dat je fabriek wil maken.

Daarom kan een fabrikant tegelijk zeggen: “wij kunnen 100 stuks voor je maken” en “maar dan moet je wel de stof aanleveren”. Dat lijkt tegenstrijdig, maar het is het niet. De naaicapaciteit is flexibel, de stofketen niet.

Wat dit voor jou betekent, heel praktisch:

  • Kies je een voorraadstof die een leverancier op de plank heeft liggen, dan koop je per meter en verdwijnt de grootste drempel.
  • Kies je een eigen kleur of een eigen dessin, dan zit je meteen aan de minimums van de ververij of de drukkerij.
  • Kies je een technische sportstof met een coating of een speciale afwerking, dan zijn de minimums vrijwel altijd hoger, want zo’n behandeling gaat per partij.

Wie zijn eerste collectie op voorraadstoffen bouwt, kan bijna altijd kleiner starten. Dat is geen concessie aan je kwaliteit, dat is slim beginnen. Lees ook mijn uitleg over stoffenkennis voor beginners als je nog twijfelt over je materiaalkeuze.

Hoe reken je uit wat een minimale afname jou kost?

Voordat je schrikt van een getal, zet je het om in geld en in tijd. Drie sommen.

Som één: wat leg je vooruit? Aantal stuks maal je kostprijs per stuk. Dat bedrag betaal je meestal in twee delen, een aanbetaling bij de order en de rest bij levering. Het staat op je rekening geparkeerd tot je verkoopt.

Som twee: hoe lang doe je erover? Deel je aantal door wat je realistisch per maand verkoopt. Verkoop je er tien per maand en heb je er 300 liggen, dan zit je twee en een half jaar aan die kleur vast. Modekleuren overleven dat niet.

Som drie: wat blijft er over? Reken met de aanname dat je niet alles tegen volle prijs verkoopt. Een deel gaat in de sale, een deel blijft liggen. Als je marge dat niet kan dragen, is de order te groot, hoe aantrekkelijk de stuksprijs ook oogt. Op mijn pagina over de marge en prijsklasse van je kledinglijn lees je hoe je die berekening opzet.

Een lagere stuksprijs bij een grotere order is alleen winst als je die stuks ook echt verkoopt. Anders koop je goedkoop je eigen magazijn vol.

Zes manieren om lager te starten

Deze werken echt, en ik zet ze op volgorde van hoe vaak ik ze zie slagen.

1. Beperk je kleuren, niet je maten. Eén model in één kleur in een volle maatreeks is voor een fabriek prima te doen. Datzelfde model in vier kleuren is vier keer instellen. Start met twee kleuren en een goed doordacht basisassortiment.

2. Werk met voorraadstof. Zie hierboven. Dit is verreweg de snelste winst.

3. Zoek een kleiner atelier. Grote fabrieken hebben grote minimums, dat is hun verdienmodel. Kleine ateliers in Nederland, Portugal, Polen of Turkije werken vaak vanaf veel lagere aantallen. Je stuksprijs is hoger, je risico is veel lager. In mijn blog over het vinden van een producent voor je kledinglijn staat hoe je die partijen opspoort.

4. Bundel modellen op dezelfde stof. Maak je legging en je top van hetzelfde materiaal, dan tel je de meters bij elkaar op en haal je de stofminimum wel. Twee modellen, één stofdrempel. Dit is de truc die het vaakst over het hoofd wordt gezien.

5. Vraag naar een opstartserie. Veel ateliers willen best een kleinere eerste serie maken tegen een opslag, juist omdat ze je als klant willen houden. Vraag het gewoon. Het ergste wat er kan gebeuren is nee.

6. Verkoop eerst, produceer daarna. Een pre-order of een voorverkoop haalt het risico eruit. Je weet dan hoeveel je nodig hebt en je betaalt de fabriek met het geld van je klanten. Dit vraagt wel dat je publiek al bestaat, dus het is geen ontsnappingsroute als je nog vanaf nul begint.

Wat je nooit moet doen: een order plaatsen die je alleen rond krijgt als alles goed gaat. Reken door of je het ook overleeft als de helft blijft liggen. De Kamer van Koophandel legt uit welke financieringsvormen er zijn voor de start van je bedrijf, en die pagina is een stuk nuchterder dan de verhalen die je op social media leest.

Wanneer een lage minimale afname juist een waarschuwing is

Nu het kritische deel, want een lage MOQ is niet automatisch goed nieuws.

Kom je een aanbieder tegen die alles kan, vanaf tien stuks, in elke kleur, met je eigen label erin, dan werk je waarschijnlijk niet met een fabrikant maar met een tussenhandelaar of een print-on-demand partij. Dat kan prima zijn voor een test, maar je maakt dan geen eigen kledingstuk. Je zet je logo op een bestaand model. Het verschil tussen die twee routes is precies het verschil tussen een merk en een winkeltje.

Let ook op deze signalen:

  • De aanbieder wil je tech pack niet zien. Iemand die jouw specificaties niet nodig heeft, gaat je specificaties ook niet volgen.
  • Er wordt geen sample gemaakt, of het sample kost niets. Een goed sample kost tijd en dus geld. Waarom kleding samples onmisbaar zijn heb ik apart uitgewerkt.
  • Je krijgt geen stofnaam en geen samenstelling, alleen “high quality”. Dan weet je niet wat je koopt en kun je het ook nooit herhalen.

Wat ik je zou aanraden voor je eerste serie

Begin klein genoeg om te leren en groot genoeg om serieus genomen te worden. Eén of twee modellen, twee kleuren, voorraadstof, een atelier dat kleine series doet. Je stuksprijs valt tegen. Dat hoort erbij, want je koopt in die eerste serie geen marge, je koopt informatie: past het, verkoopt het, klopt je pasvorm, wat zeggen je klanten.

Pas als je die antwoorden hebt, is het slim om op te schalen naar een grotere order met een eigen kleur. Dan weet je waar je je geld in stopt. Andersom gaat het bijna altijd mis, en dat is precies waarom zoveel eerste collecties in de opslag eindigen in plaats van in de kast van een klant.

Wil je die hele route stap voor stap doorlopen, van ontwerp tot de eerste productieserie, dan neem ik je daarin mee in mijn cursus Start je eigen kledinglijn. Wil je eerst rustig kijken wat er allemaal bij komt kijken, begin dan met de gratis masterclass.

Veelgestelde vragen over de minimale afname bij een kledingfabrikant

Wat is een normale MOQ voor een startend kledingmerk?

Er is geen vast getal, en iedereen die je dat wel belooft, verkoopt je iets. Wat wel klopt: kleine ateliers in Europa werken vaak vanaf enkele tientallen stuks per model, grote fabrieken in Azië beginnen doorgaans pas bij een paar honderd stuks per kleur. Vraag het altijd na per stijl, per kleur en per maatreeks, want daar zit het verschil.

Kan ik onder de minimale afname uitkomen?

Vaak wel. De snelste route is voorraadstof gebruiken, je aantal kleuren beperken en meerdere modellen op dezelfde stof bouwen. Een opstartserie tegen een opslag vragen werkt ook regelmatig, zeker bij kleinere ateliers die je als vaste klant willen.

Geldt de MOQ per kleur of voor mijn hele order?

Dat verschilt per producent en dit is de belangrijkste vraag die je kunt stellen. Bij veel fabrieken geldt het per model per kleur, omdat elke kleur een aparte instelling en vaak een apart kleurbad betekent. Zet het antwoord altijd schriftelijk vast in je offerte.

Moet ik de stof zelf inkopen?

Dat kan allebei. Levert de fabriek de stof, dan is het makkelijker maar zit je vast aan hun assortiment en hun minimums. Koop je zelf in, dan heb je meer keuze en meer controle over je kwaliteit, maar draag je ook het risico als er stof overblijft. Voor een eerste serie is stof laten leveren meestal het verstandigst.

Miranda van Driel geeft de gratis masterclass over startkapitaal voor je kledinglijn
GRATIS ONLINE MASTERCLASS

Hoeveel startkapitaal heb je écht nodig?

In anderhalf uur laat ik je zien waar je geld werkelijk naartoe gaat, en welke vijf valkuilen starters het meeste geld kosten.

Ik heb 23 jaar mijn eigen sportkledingmerk gehad. Ik vertel je wat het echt kost.

Ik wil erbij zijn

Je hoort meteen wanneer de eerstvolgende masterclass is.