Je bent aan het produceren. De samples zijn goedgekeurd, de stof is besteld, en dan vraagt je fabrikant: “En de labels?” Je googelt “wat moet er op een waslabel” en je vindt tien halve antwoorden. De een zegt dat wassymbolen verplicht zijn, de ander dat alleen de samenstelling telt. Niemand vertelt je hoe die samenstelling er dan precies uit moet zien.

In dit artikel zet ik het compleet op een rij. Wat de wet vraagt, wat een keuze is, welke fouten ik in 34 jaar het vaakst op labels heb gezien, en hoe je het in één keer goed doet. Onderaan staat een gratis tool die de labeltekst voor je maakt, in de goede volgorde en met de juiste symbolen erbij.

Gratis tool

De Waslabel Generator

Vul in wat er in je kledingstuk zit en hoe het gewassen wordt. Je krijgt de tekst die wettelijk op je label moet, in de goede volgorde en met de wassymbolen erbij. Merknamen als Lycra en Tencel worden vanzelf de officiële vezelnaam. Met je logo, in vier talen, en met een hangtag.

Stuur mij de Waslabel Generator

Je krijgt de link en de printbare checklist. Direct in je inbox, uitschrijven kan altijd.

Wat verplicht is

Voor kleding die je in Europa verkoopt, is de kern overzichtelijk. De Europese verordening over textielvezelbenamingen (1007/2011) zegt dat je klant bij aankoop moet kunnen zien waar het product van gemaakt is. Duurzaam bevestigd, leesbaar, zichtbaar en toegankelijk. Meestal is dat een ingenaaid label. Bij sokken of ondergoed mag het ook op de verpakking.

De vezelsamenstelling

Dit is de ene regel waar je niet omheen kunt. Je vermeldt de vezels met hun officiële naam, in het Nederlands voor de Nederlandse markt, in gewichtspercentages en van groot naar klein. Dus: 80% polyamide, 20% elastaan.

Vier dingen die daarbij horen:

  • Voluit, geen afkortingen. PA, PES, CO of EL mogen niet op het label. De vezelnamen staan in dezelfde letter en grootte als de rest van de tekst.
  • “100%”, “zuiver” of “puur” alleen als het product echt uit één vezelsoort bestaat.
  • Per onderdeel, als je kledingstuk uit delen met een andere samenstelling bestaat. Een jack met voering krijgt dus twee regels: buitenstof en voering.
  • Alleen officiĂ«le namen. Lycra, Tencel, Supplex en bamboe zijn geen vezelnamen. Daar kom ik zo op terug, want dit is de fout die het vaakst voorkomt.

De zin over dierlijke oorsprong

Zit er leer, bont, dons, veren, hoorn of parelmoer in of aan je kledingstuk? Dan is deze zin verplicht: “Bevat niet uit textiel bestaande delen van dierlijke oorsprong”. Dat geldt ook voor een leren labeltje op de achterzak of hoornen knopen op een vest.

Naam, postadres en e-mailadres van de fabrikant

Sinds december 2024 geldt in de hele EU de productveiligheidsverordening (GPSR). Die zegt dat bij elk product moet staan wie de fabrikant is: naam, postadres en e-mailadres. Breng je het product onder je eigen merknaam op de markt, dan ben jij dat, ook als een atelier het voor je maakt.

Het mag op het waslabel, op de hangtag, op de verpakking of in een begeleidend document. Verkoop je online, dan zet je het ook bij het product in je webshop. Op een label van 25 mm breed wordt een adres al snel onleesbaar. Veel merken zetten het daarom op de hangtag en houden het waslabel voor de samenstelling en de wasvoorschriften.

Wie verantwoordelijk is

Jij. Ook als een ander het maakt. Breng je een product onder je eigen merknaam op de markt, dan ziet de wet jou als fabrikant. Importeer je van buiten de EU, dan ben je het als importeur. De NVWA controleert of de informatie klopt. Alle regels staan ook op een rij bij het Ondernemersplein. Meer over de andere regels voor je kledinglijn lees je in Wettelijke eisen voor je kledinglijn.

Drie uitzonderingen die je zelden leest

Dezelfde verordening heeft een paar regels die op geen enkele labelwebshop staan, maar die in de praktijk net het verschil maken.

  • Sierdelen tot 7%. Een zichtbaar sierdeel, zoals een glansdraad, een geborduurd logo of een biesje in een andere vezel, hoef je niet mee te tellen als het hoogstens 7% van het gewicht is. Voor antistatische vezels geldt hetzelfde tot 2%.
  • Kleine onderdelen onder 30%. Een onderdeel dat minder dan 30% van het totale gewicht weegt, hoef je niet apart te vermelden. Denk aan een zakvoerinkje. De hoofdvoering van een jas is de uitzondering: die vermeld je altijd.
  • Op maat gemaakte kleding valt buiten deze regels.

Wat niet verplicht is, maar wel verstandig

  • Wassymbolen. De wastobbe, de driehoek, het vierkant, het strijkijzer en de cirkel zijn in Nederland niet verplicht. Ze zijn wel de standaard, en ze besparen je retouren. Een klant die weet dat je legging op 30 graden moet, komt niet terug met een gekrompen exemplaar. De vijf symbolen staan altijd in deze vaste volgorde: wassen, bleken, drogen, strijken, professioneel reinigen.
  • De maat. Er is geen Europees maatsysteem. Kies één maatvoering en houd die in je hele lijn aan. Hoe je die opbouwt lees je in Maattabel maken voor je kledinglijn.
  • Made in. Mag, maar alleen als het klopt. Een oorsprongsvermelding is in de EU niet verplicht.
  • Je merknaam of logo. Niet verplicht, maar het is wel jouw label. Over de verschillende labels die je nodig hebt, van merklabel tot maatlabel, schreef ik eerder in Merklabel laten maken.
Gratis tool

Van specificatie naar labeltekst, in een kwartier

Vul in wat er in je kledingstuk zit en hoe het gewassen wordt. Je krijgt de tekst die wettelijk op je label moet, in de goede volgorde en met de wassymbolen erbij. Merknamen als Lycra en Tencel worden vanzelf de officiële vezelnaam. Met je logo, in vier talen, en met een hangtag.

Stuur mij de Waslabel Generator

Je krijgt de link en de printbare checklist. Direct in je inbox, uitschrijven kan altijd.

De fouten die ik het vaakst zie

Ik heb 23 jaar mijn eigen sportkledingmerk gehad, met productie in ons eigen atelier. Ik heb duizenden labels laten maken, en ik heb bij andere merken genoeg labels gezien waar het misging. Niet uit onwil. Meestal omdat de specificatie van de fabrikant rechtstreeks naar de labelmaker ging.

Merknamen in plaats van vezelnamen. “78% Supplex, 22% Lycra” staat op heel veel sportkleding. Allebei merknamen. Supplex is polyamide, Lycra is elastaan. Op het label hoort de vezelnaam. Hetzelfde geldt voor Tencel (lyocell), Coolmax (polyester), Econyl (polyamide) en Bemberg (cupro).

Afkortingen. Je fabrikant schrijft “PA/EL 78/22” op de specificatie, en dat komt zo op het label. Mag niet. Voluit, in dezelfde letter als de rest.

Bamboe en merino. Bamboe is geen vezelnaam; bijna alle bamboestof is viscose die van bamboe is gemaakt. Merino is een schapenras, geen vezel. Op het label staat wol, of scheerwol als de wol nieuw is. “Merino” mag je er los bij zetten.

Gerecycled in de samenstellingsregel. “100% gerecycled polyester” klinkt goed, maar de samenstellingsregel bevat alleen vezelnamen. Zet “gerecycled” als losse regel of op je hangtag, en alleen als je het kunt aantonen. Sinds de nieuwe regels voor duurzaamheidsclaims luistert dat nauw.

Labels zonder naadtoeslag. Dit staat op geen enkele labelwebshop. Een label heeft een stukje extra nodig dat in de naad wordt meegestikt. Bestel je precies de maat van je tekst, dan stik je dwars over je eigen logo heen. Wij hebben dat in het atelier één keer gedaan, daarna nooit meer.

Uit de praktijk: de controle van de NVWA

Ik heb zo’n controle zelf meegemaakt. Onaangekondigd. Er werden kledingstukken meegenomen om te testen of de samenstelling op het label klopte. Daar wordt netjes voor betaald, maar het was toch even slikken. Het kwam goed, omdat we onze samenstelling op orde hadden. Zorg dat die van jou ook klopt, en reken bij speciale orders liever een stuk extra, want dat ene pak voor die ene klant wil je niet kwijt zijn aan een test.

Zo ziet je label eruit

Een waslabel is meestal 25 mm breed. Dat is het meest bestelde lusje. Bij een gevoerde jas of veel talen kies je 30 of 40 mm. Er zijn drie uitvoeringen:

  • Lusje met middenvouw. Dubbelgevouwen in de zijnaad. Voorkant: je logo of merknaam en de maat. Achterkant: de samenstelling en de wasvoorschriften.
  • Eindvouw. Alleen de korte einden worden omgevouwen en vastgestikt, bijvoorbeeld in de nek. Alles staat op één vlak.
  • Plat ingestikt. Rondom vastgestikt, bijvoorbeeld op de binnenkant van een tailleband.

Denk ook na over de plek. Een stug label op de heup van een legging voelt je klant bij elke beweging. Bij sportkleding kiezen steeds meer merken daarom voor gedrukte labels in de nek. En vraag altijd eerst een sample aan, want dat label zit straks in de nek van jouw klant.

Gratis tool

Bekijk je label op ware grootte voordat je bestelt

Vul in wat er in je kledingstuk zit en hoe het gewassen wordt. Je krijgt de tekst die wettelijk op je label moet, in de goede volgorde en met de wassymbolen erbij. Merknamen als Lycra en Tencel worden vanzelf de officiële vezelnaam. Met je logo, in vier talen, en met een hangtag.

Stuur mij de Waslabel Generator

Je krijgt de link en de printbare checklist. Direct in je inbox, uitschrijven kan altijd.

Stuur je labelmaker de tekst zoals hij op het label moet, niet de specificatie van je fabrikant. Dat is precies waar de Waslabel Generator voor is. Waar je je labels bestelt, en bij wie je al vanaf een paar dozijn stuks terechtkunt, bespreek ik in module 3 van de cursus.

Veelgestelde vragen

Zijn wassymbolen verplicht? Nee, niet in Nederland en niet in de rest van de EU. Ze zijn wel de standaard, en ze voorkomen retouren. De vezelsamenstelling is wél verplicht.

Mag de verplichte informatie op een hangtag? Nee. De samenstelling moet duurzaam aan het product bevestigd zijn, dus ingenaaid of op de stof gedrukt. Een hangtag mag als aanvulling, bijvoorbeeld voor je bedrijfsgegevens en je prijs, maar hij vervangt het waslabel niet. Je klant knipt hem eraf en moet daarna nog kunnen zien waar het van gemaakt is.

Ik verkoop ook in België of Duitsland. Wat dan? De regels voor de samenstelling zijn Europees, maar de tekst moet in de taal van het land staan. Voor België dus ook Frans, voor Duitsland Duits. De officiële vezelnamen per taal staan in bijlage I van de verordening; de Waslabel Generator geeft ze in het Nederlands, Engels, Duits en Frans.

Mijn fabrikant zet de labels er al in. Ben ik dan klaar? Nee. Wat er op het label staat is jouw verantwoordelijkheid, ook als een ander het maakt. Controleer de tekst voordat de labels besteld worden.

Waarom staan er dan zoveel afkortingen op labels in de winkel? Omdat het vaak misgaat en lang niet altijd gecontroleerd wordt. Dat maakt het niet toegestaan.

Wat als mijn kledingstuk uit één stof bestaat? Dan is het één regel, bijvoorbeeld “100% katoen”. Een ingezet stuk van dezelfde stof is geen apart onderdeel.

Maak je label voordat je hem bestelt

Met de gratis Waslabel Generator vul je in wat er in je kledingstuk zit en hoe het gewassen wordt. Je krijgt de tekst in de wettelijke volgorde, merknamen worden vanzelf de officiële vezelnaam, de vijf symbolen staan in de goede volgorde, en je hebt een pdf voor je labelmaker. Met je logo, in vier talen, en met een hangtag voor je bedrijfsgegevens.

Gratis tool

Alles uit dit artikel, klaar voor je labelmaker

Vul in wat er in je kledingstuk zit en hoe het gewassen wordt. Je krijgt de tekst die wettelijk op je label moet, in de goede volgorde en met de wassymbolen erbij. Merknamen als Lycra en Tencel worden vanzelf de officiële vezelnaam. Met je logo, in vier talen, en met een hangtag.

Stuur mij de Waslabel Generator

Je krijgt de link en de printbare checklist. Direct in je inbox, uitschrijven kan altijd.

Het waslabel is één les uit module 3 van de cursus Start je eigen kledinglijn. Daar nemen we alle wettelijke eisen door: productveiligheid, de UPV Textiel, import en export en het beschermen van je merknaam. Van je eerste idee tot je eerste verkoop, in achttien modules, met mijn netwerk van ateliers en leveranciers erbij.