Materiaalkennis

Wat is textiel?

Textiel betekent letterlijk ‘al wat geweven is’. Vroeger werd voor textiel de geweven stoffen bedoelt maar tegenwoordig wordt textiel veel ruimer gebruikt: Textiel is een materiaal dat bestaat uit filamenten (eindloze draden) of vezels (korte stukjes draad). Textiel is praktisch altijd vervormbaar en kan een-, twee- of driedimensionaal zijn.

Textiel wordt al jarenlang gebruikt

Mensen maken al duizenden jaren gebruik van textiel. In het begin werden alleen natuurlijke textielvezels zoals wol, zijde, linnen en katoen gebruikt. Met de opkomst van de industriële revolutie werd textiel ook machinaal vervaardigd. De laatste eeuw is er een groot aantal half synthetische en later synthetische vezels ontwikkeld. De toepassingsmogelijkheden van (combinaties van) al die soorten vezels zijn eindeloos.

De stoffen kunnen in twee groepen verdeeld worden:

Natuurlijke stoffen

De natuurlijke stoffen zijn gemaakt van plantaardige of dierlijke vezels en zijn doorgaans van een betere kwaliteit. Deze stoffen scoren het hoogste qua draagcomfort. Ook je huid heeft geen problemen met natuurlijke stoffen. Slechts in uitzonderlijke gevallen komen irritatie of allergieën voor. Voorbeelden zijn katoen, zijde, wol, linnen en leer.

Synthetische stoffen

De synthetische stoffen, ook wel kunstmatige stoffen genoemd, zijn stoffen die gemaakt worden van vezels die niet in de natuur voorkomen. Synthetische stoffen ondergaan meestal een chemisch proces, waarna ze tot stof geweven kunnen worden. Er worden steeds weer nieuwe vezels ontwikkeld waar onder andere kleding van wordt gemaakt. Ze worden vaak samen gebruikt met andere, natuurlijke vezels om bijvoorbeeld een sterker weefsel te verkrijgen. De oudste en bekendste is waarschijnlijk nylon, maar er zijn inmiddels nogal wat soorten synthetische vezels die voor textiel worden gebruikt. Voorbeelden zijn viscose, acryl, polyester en nylon.

Meer over Materiaalkennis wordt uitgelegd in de online cursus Start je eigen kledinglijn.