Maten graderen voor je kledinglijn is het vergroten en verkleinen van je basispatroon naar alle andere maten, waarbij elk meetpunt zijn eigen sprong krijgt. Je borstomtrek groeit anders mee dan je schouderbreedte, en je mouwlengte anders dan je halsbreedte. Je bepaalt eerst je basismaat, dan leg je per meetpunt vast hoeveel er per maat bij komt, en pas daarna gradeer je het patroon.

Ik heb 23 jaar mijn eigen sportkledingmerk gehad, met productie in ons eigen atelier. We gradeerden onze patronen in ons eigen CAD-systeem, van de kleinste damesmaat tot in de grote maten. Wat ik daar heb geleerd: een pasvorm die in de basismaat klopt, klopt niet vanzelf in alle andere maten. Daar zit werk tussen, en dat werk heeft een naam.

Wat is maten graderen voor je kledinglijn?

Je maakt één patroon in één maat en past dat net zo lang aan tot het zit. Dat is je basispatroon. Graderen is het proces waarbij je dat patroon omzet naar de rest van je maatserie, bijvoorbeeld van XS tot en met XXL.

Dat gebeurt niet met één schuifregelaar. Elk punt van je patroondeel krijgt een eigen verplaatsing, in de breedte en in de hoogte. Het punt van je armsgat schuift anders dan het punt van je zoom. Die verplaatsingen samen heten de gradatieregels.

Leg je alle maten van één patroondeel over elkaar heen, dan zie je een waaier van lijnen die aan de ene kant ver uit elkaar lopen en aan de andere kant dicht bij elkaar blijven. Dat beeld heet een gradatienest, en het vertelt je in één oogopslag of je regels kloppen.

Waarom kun je je patroon niet gewoon vergroten?

Omdat een lichaam niet evenredig groeit. Iemand met een borstomtrek van 96 centimeter heeft niet automatisch een 8 procent langere arm dan iemand met 88. De lengte van een lichaam varieert veel minder tussen maten dan de omtrek.

Zet je je patroon in een tekenprogramma op 108 procent, dan groeit alles mee. De mouw wordt langer, de halsopening wordt wijder, de zak wordt groter en de knoop komt op een andere plek te zitten. Bij maat L valt dat misschien nog mee. Bij XXL heb je een kledingstuk gemaakt dat niemand past.

Bij sportkleding komt daar nog iets bij. Panels, stiksels en reflectiestroken zitten op een plek die je bewust hebt gekozen. Vergroot je alles, dan verschuift die plek mee en verlies je precies het detail waarom je het model maakte.

Welke maat kies je als basismaat?

Kies de maat die je het meest gaat verkopen. Voor de meeste Nederlandse dameslijnen is dat M of L, voor herenlijnen vaak L. Verkoop je in de grote maten, dan ligt je basismaat daar ergens in het midden.

De reden is simpel: hoe verder een maat van je basismaat af ligt, hoe meer de verhoudingen gaan schuiven. Je meest verkochte maat wil je het dichtst bij je gepaste, goedgekeurde patroon houden.

Weet je nog niet wat je het meest gaat verkopen, kijk dan naar je doelgroep en naar wat vergelijkbare merken in hun voorraad hebben staan. Dat is geen exacte wetenschap, maar het is beter dan gokken. Hoe je je maten überhaupt vastlegt, staat in mijn blog over een maattabel maken voor je kledinglijn.

Hoeveel verschil zit er tussen twee maten?

Dat verschil heet de gradatiesprong. In de Europese dames- en herenconfectie werken veel merken met een sprong van 4 centimeter in borst-, taille- en heupomtrek tussen twee opeenvolgende maten. In de lengtematen zijn de sprongen veel kleiner, vaak rond een halve tot anderhalve centimeter.

Een voorbeeld van sprongen die je in de praktijk veel tegenkomt bij een damesshirt:

  • borstomtrek: 4 cm per maat
  • taille- en heupomtrek: 4 cm per maat
  • schouderbreedte: 0,5 tot 1 cm per maat
  • halsbreedte: 0,2 tot 0,5 cm per maat
  • armsgatdiepte: 0,5 tot 1 cm per maat
  • totale lengte: 1 tot 1,5 cm per maat
  • mouwlengte: 0,5 tot 1 cm per maat

Deze getallen zijn een startpunt en geen wet. Een oversized hoodie gradeer je ruimer dan een strak hardloopshirt, en een legging in een stof met 60 procent rek volgt weer andere regels dan een geweven broek. Jouw sprongen komen uit jouw maattabel en uit jouw model.

Wil je weten waar gestandaardiseerde lichaamsmaten vandaan komen, kijk dan naar de Europese norm NEN-EN 13402-1. Die legt vast welke lichaamsmaten je gebruikt en hoe je ze opmeet. Handig als vertrekpunt, al bouwt vrijwel elk merk daarna zijn eigen tabel.

Waar loopt het in de praktijk mis?

Op vier plekken zie ik het meest gedoe ontstaan.

Je gradeert een pasvorm die nog niet klopt. Een fout van een halve centimeter in je basismaat wordt in elke maat herhaald, en aan de uiteinden van je serie wordt hij zichtbaarder. Pas eerst je basismaat, keur die goed, gradeer daarna pas. Waarom dat passen zo zwaar weegt, lees je in mijn blog over waarom kleding samples onmisbaar zijn.

Je rekt je serie te ver op. Van XS tot XXL is zes maten vanuit één basis. Aan de randen wordt de verhouding steeds schever. Veel merken lossen dat op met een tweede basismaat voor de grote maten, met een eigen pasvormcontrole. Bij PIXIE hadden we een aparte lijn voor grote maten, en die begon niet bij het damespatroon van maat M.

Je vergeet de details mee te nemen. Zakken, bandjes, elastiek, ritsen en labels hebben ook gradatieregels nodig, of juist bewust géén. Een merklabel blijft in elke maat even groot, een tailleband niet. Leg dat expliciet vast, want anders vult je fabrikant het zelf in.

Je levert geen maten mee bij je tech pack. Naast je gegradeerde patroon heeft je fabrikant de gemeten eindmaten per maat nodig. Hij controleert het sample tegen jouw tabel, dus die tabel hoort erbij. Hoe je dat opbouwt staat in mijn blog over het tech pack als blauwdruk voor je collectie.

Gradeer je dit zelf of besteed je het uit?

Graderen gebeurt vrijwel altijd digitaal, in patroonsoftware. Grote systemen zoals Optitex, Lectra of Gerber doen het in seconden zodra je regels kloppen. Er zijn ook lichtere programma’s en er zijn patroonmakers die het met de hand doen, met verschuivingen op papier.

Voor je eerste collectie is uitbesteden bijna altijd de snelste route. Een patroonmaker die jouw type product kent, gradeert een shirt in een dag en levert je meteen de maattabel per maat. Vraag daarbij om drie dingen: het gradatienest als afbeelding, de gradatieregels per meetpunt, en de eindmaten per maat. Met die drie documenten ben je niet meer afhankelijk van één persoon.

Veel fabrikanten graderen ook zelf, vaak gratis bij een productieopdracht. Dat is prettig en het heeft een keerzijde: je patroon blijft dan bij hen liggen en je kunt niet zomaar overstappen. Vraag daarom altijd of je de gegradeerde bestanden meekrijgt. Hoe je zo’n gesprek voert, staat in mijn blog over een patroon laten maken voor je kledinglijn.

Hoe controleer je of je gradatie klopt?

Meet je gegradeerde patroondelen na en vergelijk ze met je maattabel. Klopt de borstomtrek in maat XL met wat je hebt opgeschreven? Loopt de mouwlengte netjes op? Sluiten de naden van voor- en achterpand in elke maat nog even lang op elkaar aan?

Die laatste is degene die het vaakst wordt overgeslagen. Als je zijnaad voor 2 millimeter sneller groeit dan achter, dan zie je dat in maat M niet en in maat XXL wel, als een draaiend kledingstuk.

Laat daarnaast minimaal één sample maken in een maat aan de rand van je serie, naast je basismaat. Dat kost je één extra sample en het vertelt je precies of je regels standhouden.

Wil je leren om je patronen, maattabellen en tech packs zelf digitaal op te bouwen, dan neem ik je daarin mee in de cursus Jij kan ook Digitaal Ontwerpen. Ben je eerder op zoek naar het hele traject van idee tot productie, kijk dan bij de online cursus Start je eigen kledinglijn.

Veelgestelde vragen over maten graderen

Kan ik mijn patroon graderen met een tekenprogramma?

Je kunt een patroon in een tekenprogramma wel per punt verplaatsen, maar er is geen functie die de gradatieregels voor je bewaakt. Je vergroot dan al snel het hele deel, en daarmee groeien halsopening, zakken en details mee die gelijk hadden moeten blijven. Patroonsoftware werkt met gradatiepunten en houdt die regels vast, en dat is het verschil dat je in maat XXL terugziet.

Hoeveel maten kan ik uit één basispatroon halen?

Drie tot vier maten aan weerszijden van je basismaat blijven meestal netjes in verhouding. Wil je verder, bijvoorbeeld van XS tot en met 4XL, dan werken veel merken met een tweede basispatroon voor het bovenste deel van de serie, met een eigen pasvormcontrole. Zo voorkom je dat de proporties aan de randen van je serie gaan schuiven.

Wat kost het om een patroon te laten graderen?

Dat hangt af van het model en van wie het doet. Een eenvoudig shirt is ander werk dan een jas met voering en zakken, en een patroonmaker rekent anders dan een fabrikant die het meeneemt in een productieopdracht. Vraag altijd een prijs per model inclusief de maattabel per maat en de gegradeerde bestanden, zodat je weet wat je krijgt en wat je meeneemt als je ooit wisselt.

Moet ik voor elke maat een sample laten maken?

Dat hoeft niet. Je past en keurt je basismaat, en daarnaast laat je één maat aan de rand van je serie maken, bijvoorbeeld je grootste maat. Zit die ook goed, dan weet je dat je gradatieregels standhouden over de hele serie. Dat kost je één extra sample en het scheelt je een productie die in de uiterste maten niet past.